Unilever ontwikkelt voeding die vitaliseert
gepubliceerd in Chemisch2weekblad, voorjaar 2001
Reageren op dit artikel? stuur een
E-mail, of bezoek eerst de website
van JVE Communicatie

 

Aandachtgebieden Unilever Health Institute

-Gezondheid van hart en bloedvaten. Reduceren van risicofactoren, zoals bloeddruk en bloedcholesterolgehalte. Verbeteren van de bloedsomloop.

-Gewichtsbeheersing.

-Ontwikkelings- en weerstandsverbetering van kinderen (>4jaar).

-Weerstand en vitaliteitsverbetering bij ouderen.   

-Voeding en uiterlijk; voedingscomponenten die het verouderingsproces tegengaan.

Voor elk van deze aandachtsgebieden is er een projectleider, die de onderzoeksportefeuille beheert.
 

 

 

 

Functional spreads

De octrooi-aanvragen door Unilever gedurende de laatste 5 jaar zijn sterk gekleurd door het vroegere Unilever Nutrition Centre. Dit verklaart het accent op margarine-achtige producten (spreads).

Een groot aantal octrooi-aanvragen (EP 0897970 en ~71, EP 0911385, EP 0962150, EP 0960567, EP 1001007) betreft de isolatie en toepassing van sterolen en stanol-vetzuuresters, de werkzame stoffen in cholesterolverlagende margarines zoals Becel pro.activ.

Een cholesterolverlagende margarine kan echter ook worden verkregen door hier polyfenol-rijke (reukloze) olijfolie in te verwerken (WO 9932589). Sauzen of spreads kunnen bovendien worden verrijkt met anti-oxidanten, die na consumptie worden teruggevonden in het bloedplasma. Doel is het risico op aderverkalking te verminderen (WO 9706697)

Een ander interessant product is een margarine of yoghurt ‘tegen opvliegers en botontkalking’ (W0 0064276, ~7749, ~7750, ~9272). Deze producten bevatten fyto-oestrogenen, die overgangs-gerelateerde klachten bij vrouwen kunnen bestrijden.

Het is nog afwachten of zo’n product een eventuele novel food procedure zou overleven. Extreem overmatige consumptie van genisteïne, een fyto-oestrogeen uit soja blijkt de ontwikkeling van darmkanker bij ratten te versnellen, zo bleek onlangs uit onderzoek door het RIKILT en het Britse Institute for Food research (Carcinogenesis vol.21, no.12,  pag. 2255-2259 (2000).

Op zich is het niet alarmerend dat overdaad bij consumptie van gezondheidsbevorderende ingrediënten schaadt, dit geldt ook voor veel vitamines. Een interessante vraag is wel, hoe de beschikbare ‘ruimte’ voor het veilig consumeren van een gezondheidsbevorderende component over de voedingsmiddelen- producenten moet worden verdeeld. Immers, als er veel producten met dezelfde ingrediënt op de markt komen, zou een consument daarvan meer binnen kunnen krijgen dan goed voor hem is.

De genoemde patenten kunnen worden ingezien op internetsite ep.espacenet.com.

 

 

Functional foods verdwijnen vaak net zo snel van de markt als ze erop komen. Gezondheidsclaims blijken overdreven, of de producten smaken niet lekker.  De consument wil geen voeding die smaakt naar medicijnen.  Een dikke plak cake en je dan nog gezond voelen ook, is het ideaal. Uit marktonderzoek blijkt dat gezondheid vooral geassocieerd wordt met vitaliteit. Het Unilever Health Institute ontwikkelt voeding die op die wens aansluit. Overhaaste marktintroducties zijn daarbij taboe, gezondheidsclaims moeten vooraf degelijk worden onderbouwd. Talent moet langzaam worden gebracht, dan gaat een product lang mee.

Dr Ir Jaap van Ede

Het Unilever Health Institute (UHI), gehuisvest binnen de bestaande Unilever Research Laboratoria, bestaat nu ruim één jaar.  Binnen dit instituut werken zo’n 150 mensen van uiteenlopende disciplines, zoals marktonderzoekers, voedingskundigen, medici en technologen. Het UHI, dat onder de nieuwe business unit Health & Wellness valt, is het kenniscentrum binnen Unilever inzake voeding en gezondheid. Het Health Institute is opgericht om een stevige positie te kunnen verwerven op de groeiende markt voor gezondheidsbevorderende voedingsmiddelen, de functional foods.

Kennis
‘Om er voor te zorgen dat een functional food succesvol is, moet niet alleen het product, maar ook kennis worden vermarkt’, legt drs. Paulus Verschuren uit. Hij is directeur externe betrekkingen bij het UHI.


  Foto 1 : De mogelijkheden bij het UHI om (voedings)ingrediënten
  te analyseren zijn recentelijk vergroot door de aanschaf van een
  computer gestuurd pipetteerstation.

Binnen het Health Institute wordt veel aandacht besteed aan onderzoek. Gezondheidsclaims moeten immers goed worden onderbouwd. Communicatie is echter minstens zo belangrijk. Aan artsen, wetenschappers en consumenten moet worden uitgelegd dat de claims geen holle frasen zijn. Het UHI is daarom multi-disciplinair van opzet. Er lopen marktonderzoekers in rond, en zelfs warenwet-experts.

De wetgeving rond functional foods verschilt van land tot land.  In Amerika staat op een kuipje Becel pro.activ ‘vermindert het risico op hart- en vaatziekten’. De bewijsvoering daarvoor is in het geval van Becel pro.activ vrijwel waterdicht.

In de Europese Gemeenschap zijn ‘harde’ medische claims niet toegestaan, hetgeen Verschuren betreurt. Bovendien is het hem een doorn in het oog dat de EG wel allerlei vagere gezondheidsclaims toestaat, ook als daar (nog) weinig wetenschappelijk bewijs voor is.

Ziek
De markt voor gezondheidsbevorderende voeding kan worden verziekt als er veel dure producten op de markt komen waarvan de gezondheidsclaims achteraf een farce blijken. In 1998 nam het Voedingscentrum daarom het initiatief om een Gedragscode Gezondheidseffecten in te stellen. Hierbij is het is de bedoeling dat producenten vrijwillig de werkzaamheid van hun functional food laten testen, voordat ze er een gezondheidsclaim op zetten. Zo wordt voorkomen dat de consument zijn vertrouwen in zulke claims verliest. ‘Onze cholesterolverlagende margarine Becel pro.activ is vooralsnog het enige product waarvan de werking is getoetst volgens de Gedragscode. Tenminste, voorzover ik weet’, verzucht Verschuren echter.

De Gedragscode moet niet worden verward met de novel food verordening van de EU. Die omvat niet de effectiviteit van een functional food, maar de veiligheid. Onder deze uit 1997 stammende richtlijn valt voeding die extra veel van een bepaald ingrediënt bevat, en waarbij er geen historisch veiligheidsbewijs is. In zo’n geval moet uitvoerig worden onderzocht of de toevoegingen niet schadelijk zijn. Pas daarna mag het product de markt op.

Becel pro.activ bevat een mengsel van sterolen uit soja, raapzaad en zonnebloempitten. Deze sterolen lijken op cholesterol en remmen de opname van deze stof in de darm. Hoewel de sterolen van nature in voeding voorkomen, krijg je er bij normaal gebruik van Becel pro.activ ongeveer 5 tot 10 keer méér van binnen dan gewoonlijk. Daarom moest deze margarine ook de novel food procedure doorlopen.

Merknamen
Wat Unilever vóór heeft op sommige concurrenten is het bezitten van sterke, vertrouwde merknamen zoals het reeds genoemde Becel. Dit product, waarvan de eerste versie in 1962 op de markt verscheen, was eigenlijk de eerste functional food. Die naam bestond destijds echter nog niet. Becel was aanvankelijk alleen in de apotheek te koop, als linolzuurrijke en cholesterolverlagende voeding voor mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Verschuren: ‘Gezondheidsbevorderende producten zijn voor Unilever dus niet nieuw. Wel markeert de vorming van het UHI een trendbreuk. Tot dan toe namen we een bestaand product, en bekeken we vervolgens hoe we dit gezonder konden maken. Nu willen we ook met nieuwe producten komen, die passen bij de behoeften van de consument. Daar kunnen voedingsmiddelen bij zitten die buiten de traditionele portfolio van Unilever – vooral margarines en thee - vallen’

Unilever deed uitgebreid marktonderzoek om erachter te komen wat de consument precies verstaat onder gezondheid. Optimal performance en tranquility, kwam daar uit. Voeding die daarbij past, is smakelijk en vergroot de vitaliteit. Aandachtsgebieden van het UHI zoals het verbeteren van de bloedsomloop en de weerstand sluiten hierbij aan, vindt Verschuren.

 
   
Foto 2: Medewerkers van Unilever bij een HPLC-MS Quatro Ultima opstelling.

Smaakvol & meetbaar
De reden dat sommige functional foods niet lang op de markt blijven, is een gebrekkige onderbouwing van de claims of een te hoge prijs. Ook de smaak laat vaak te wensen over. Als een product of functioneel voedingsingrediënt smaakt naar medicijnen, kan het beter in pillen worden gestopt, en verkocht als voedingssupplement.  Concurrent Numico kiest voor deze strategie. Zo wordt de rompslomp vermeden om een product te maken dat rijk is aan vezels, mineralen of gezonde bacteriën, en dat toch lekker smaakt. Na de ontdekking van vitamine C is de consument niet alleen vitaminetabletten gaan slikken, maar ook meer sinaasappels gaan eten. Dit doet vermoeden dat er zowel een markt is voor functionele pillen als voor functional foods. Echter níet voor iets hiertussen in.

‘Als ik lees over de introductie van een voedingsmiddel waarvan de fabrikant zelf zegt “het werkt wel, maar echt lekker is het misschien niet”, dan heb ik mijn twijfels’, zegt Verschuren. Unilever introduceert daarom alleen functional foods waarbij lekker en gezond hand in hand gaan.

Een tweede eis is de aanwezigheid van een meetbaar gezondheidseffect. Mensen die Becel pro.activ gebruiken kunnen door hun huisarts laten controleren of hun bloedcholesterolgehalte is gedaald. Ook de producten van het in april vorig jaar door Unilever overgenomen Amerikaanse Slim.Fast hebben een (via de weegschaal) meetbaar effect.

Je kunt je afvragen of de Slim.Fast producten wel echte functional foods zijn. Zijn dit niet gewoon calorie-arme repen en maaltijd-shakes? Een goede vraag, vindt Verschuren. Als definitie van een functional food hanteert Unilever “voeding met een specifieke gezondheidsbevorderde werking, gebaseerd op wetenschappelijk bewijs”. ‘Voor de doelgroep, mensen met overgewicht, is Slim.Fast dus een functional food. Of, beter gezegd, een personal food. Die term dekt beter de lading’, vindt Verschuren.

Hype
Het aantal functional foods op de Nederlandse markt waarvan de werking onomstotelijk vaststaat, is op één hand te tellen. Voorlopig heeft de gezondheidsbevorderende markt daarom veel weg van een hype. En dan vooral een Amerikaanse. De Nederlander is nuchter, die laat zich niet gek maken. ‘Bij veel nieuwe ontwikkelingen, denk maar aan elektronische handel, wordt de impact op de korte termijn overschat. Op de lange termijn, en dan denk ik over een periode van minstens tien jaar, wordt de invloed waarschijnlijk onderschat. Ik voorzie dan een belangrijke markt voor personal foods, voeding die is toegesneden op persoonlijke behoeften. Bijvoorbeeld om een risicofactor, zoals een hoge bloeddruk, te verlagen.  Genetisch onderzoek zou hierbij een bescheiden rol kunnen spelen. Je zou kunnen vaststellen welke risicofactoren iemand in aanleg heeft, en wat je daaraan met voeding kunt doen’.

De meest recente octrooi-aanvragen door Unilever omvatten niet direct spectaculaire claims (zie het kader: functional spreads), hoewel hetzelfde gezegd kan worden van concurrenten zoals Nestlé. Het is dus niet te verwachten dat Becel pro.activ op korte termijn wordt gevolgd door de introductie van bloeddrukverlagende thee of ketchup, om maar iets te noemen. ‘Give us a break’, reageert Verschuren. ‘Ik krijg momenteel vaak de vraag, wat is nu het resultaat van een jaar Health Institute?. Functional foods is echter geen markt voor snelle successen. De ontwikkeling van Becel pro.activ vergde vier jaar. Het grootste deel van die ontwikkelingstijd ging op aan research. Elke nieuwe gezondheidsclaim moet worden gestaafd door dubbelblind placebo-gecontroleerd onderzoek, gepubliceerd in peer-reviewed tijdschriften, vinden wij’.

Ingrediënten
Verschuren legt uit, hoe de ontwikkeling van nieuwe functional foods bij het UHI in zijn werk gaat. De oprichting van dit instituut betekende een trendbreuk in het onderzoek. ‘Wij gaan niet langer uit van een compleet voedingsmiddel, maar starten nu met een ingrediënt met een mogelijk gezondheidsbevorderende werking. Pas later wordt daar een voedingsmiddel omheen gebouwd’.

Voorbeelden van gezondheidsbevorderende ingrediënten zijn anti-oxidanten uit thee. Diverse studies hebben uitgewezen dat de consumptie van thee het risico op hart- en vaatziekten vermindert. Het waarom is echter nog onduidelijk. In de reageerbuis is de werking van de anti-oxidanten uit thee zeer krachtig, vele maler sterker dan vitamine C zelfs. Dit leidde tot de theorie dat flavonoïden uit thee oxidatie van LDL-cholesterol voorkomen, en zo aderverkalking tegengaan. In de praktijk blijkt dit effect echter tegen te vallen.

Uit recentelijk onderzoek aan de universiteiten van Boston en Oregon (S.J. Duffy et al., submitted for publication, The Lancet), blijkt dat thee mogelijk op een heel andere manier de gezondheid bevordert. De binnenste laag van een bloedvat is bedekt met een laag endotheliumcellen. Deze cellen geven aan het spierweefsel rondom de vaatwand een signaal, wanneer vaatverwijding gewenst is. Bij personen met coronaire vaatziekten werkt dit echter niet goed en is het vermogen tot vaatverwijding dus gering. In een onder meer door Unilever gesponsorde studie consumeerden 50 mensen met deze vaatziekten 2 tot 4 koppen zwarte thee per dag. Daardoor bleek de vaatverwijding bij hen te verbeteren. Mogelijk beschermt thee dus tegen hart- en vaatziekten doordat het vasodilatie vergemakkelijkt.        

Anti-oxidanten uit thee zijn een goed voorbeeld van een ingrediënt dat nader onderzoek verdient. De genoemde studie levert immers het eerste bewijs voor een specifieke werking (proof of principle). Bovendien is de dagelijkse inname die voor het bewerkstellen van het gevonden effect nodig is, haalbaar.

Vervolgonderzoek naar de werking van zo’n ingrediënt besteedt het UHI uit aan   onderzoeksgroepen binnen universiteiten en onderzoeksinstituten over de hele wereld. ‘Het voordeel van dit soort samenwerkingsverbanden is, dat je de beschikking krijgt over extra expertise’, legt Verschuren uit. Als het goed is leidt het onderzoek tot nieuwe publicaties in vakbladen, die kunnen worden gebruikt om gezondheidsclaims te onderbouwen. Blijkt een ingrediënt voldoende werkzaam en veilig, dan volgen de laatste twee stappen: de productformulering en het ontwikkelen van een ‘stabiel’ productieproces. In het geval van anti-oxidanten uit thee zou dit kunnen leiden tot theezakjes of tot met thee-ingrediënten verrijkte dranken met als claim ‘verbetert de bloeddoorstroming’. 
 

Terug naar intro
© C.J. van Ede 1997-2014 Nederland (Holland)
Disclaimer
  Laatste update:
  09-09-2014
E-mail