Onderhoudsstops worden marktgedreven pitstops
gepubliceerd in PT Industrieel Management, voorjaar 2002

Reageren op dit artikel? stuur een
E-mail, of bezoek eerst de website
van JVE Communicatie
 

Betrokkenheid en gedragsobservatie vergroot veiligheid

Bij General Electric Plastics nam het aantal ongevallen met eigen mensen tijdens de onderhoudsstops af, maar het aantal incidenten met werknemers van derden nam juist toe. Dankzij meer betrokkenheid, denk daarbij aan directeuren die in het werkveld mensen op het belang van veiligheid wijzen, werd die stijging omgebogen. Het geven van directe feedback via een gedragsobservatieprogramma speelde een cruciale rol.  

Veiligheid is een beladen begrip, waarop je als manager moeilijk vat krijgt. Zo is het een dogma dat een veilige(r) shut-down meer kost en langer duurt, maar dit hoeft echt niet zo te zijn. Ron Oomkes, shutdown manager bij General Electric Plastics (GEP) in Bergen op Zoom: ‘Veiligheid is relatief. Vraag je aan iemand of zijn fabriek veilig is, dan luidt steevast het antwoord ja. Maar vraag je vervolgens of je je kind van drie op het bedrijfsterrein alleen kunt laten, dan wordt dat toch dringend afgeraden’.

Dat laatste is goed verklaarbaar. Oomkes: ‘Op een bedrijf ben je alleen veilig als je weet waarmee je bezig bent. En als je je bewust bent, van de context waarin dat gebeurt. Een monteur moet daarom weten welke chemicaliën er tijdens normaal bedrijf in een systeem zitten, ook al komt hij daar als het goed is niet mee in aanraking’.  Om grip te krijgen op de veiligheid werden systematisch alle zaken die de veiligheid bij GEP beïnvloeden in kaart gebracht. Vervolgens werd bezien welke dingen je het gemakkelijkste zou kunnen verbeteren. ‘Gezien het voorgaande is het niet verbazingwekkend dat daar onder meer een tailor-made veiligheidstraining bij was. Maar er kwamen ook minder voor de hand liggende zaken uit de analyse, zoals het belang van betrokkenheid op managementniveau van de aannemer’.

GEP staat bekend om het bedrijfsbreed toepassen van zes sigma. Dit is een methode om via de cyclus meten-analyseren-verbeteren-sturen het aantal fouten per miljoen handelingen terug te brengen tot slechts drie. Bij zes sigma draait het niet om emoties, maar om getallen. Op dat laatste wordt iedereen dus afgerekend. In het geval van de shutdown is dit vertaald in een behavior observation program (BOP). Oomkes: ‘Iedere aannemer wordt bij ons dagelijks geBOPt. Dit betekent dat we een aantal gedragingen op het gebied van veiligheid in het veld observeren, en de resultaten daarvan publiekelijk via een rood/groen balletjesschema terugkoppelen. Dankzij het directe karakter van deze feedback, krijgt iedereen de kans om zijn of haar gedrag tijdig aan te passen’.  De beste BOP van de dag krijgt een kraslot. ‘Een leuk idee. Wel moet je oppassen dat veiligheid geen spelletje wordt’, besluit Oomkes.

 

 

 

 

 

Teambuilding bij Shell

Teambuilding is een belangrijk punt, waar alle partijen bij gebaat zijn. Bij Shell wordt iedereen die iets met een shutdown van doen heeft ondergebracht in dezelfde bouwkeet, om het gemeenschapsgevoel te versterken.

Het ultieme voorbeeld van een geslaagde onderhoudsstop is de pitstop in de formule 1. ‘Die verloopt gesmeerd. Iedereen weet namelijk precies wat hij of zij moet doen, er is voldoende personeel, en bovendien zijn alle betrokkenen optimaal getraind en gemotiveerd’, aldus Henk Brobbel, shutdown teamleader bij Shell Pernis.  

Groot onderhoud aan fabrieken, waarbij alle installaties worden stilgelegd. Het liefst zou je zo’n shutdown natuurlijk nooit hebben. De productiederving door onderhoudsstops is maar liefst 2% op jaarbasis, net zoveel als het remmende effect van storingen en preventief onderhoud tezamen. Bedrijven proberen daarom hun shutdowns in aantal en omvang te beperken. Zero-based scoping, ‘onderhoud nul’,  is daarbij het uitgangspunt. Onderhoudsactiviteiten waarvoor toch een fabrieksstop nodig is, worden met de efficiëntie van een formule-1 pitstop uitgevoerd.  Een andere trend is, om een shutdown pas uit te voeren als ‘de markt’ om nieuwbouw vraagt.  De fabriek wordt dan immers sowieso stilgelegd.

Dr Ir Jaap van Ede

Tjalling Terpstra van Kvaerner is lyrisch over zijn nieuwe Opel: ‘De helft minder onderhoudsstops en een kwart minder onderhoudsverrichtingen’. Nu maar hopen dat die Opel geen ongeplande shutdown krijgt. Toch is de toenemende efficiëntie bij het onderhoud van personenwagens iets waar fabriekseigenaren jaloers op zijn.



   Onderhoudsactiviteiten tijdens een shutdown van
   DSM’s ammoniakfabriek 2. (foto DSM).

Het verzorgen van een onderhoudsstop van een fabriek is echter oneindig veel complexer dan die van een auto. In het laatste geval is er sprake van één monteur. Bij een fabriek moeten  werkzaamheden van honderden mensen van interne en externe partijen op elkaar worden afgestemd. ‘Binnen enkele weken worden een enorm aantal werkzaamheden met een hoog veiligheidsrisico uitgevoerd volgens een maanden tevoren opgesteld plan. Daarvoor is specialistische kennis vereist van diverse disciplines, variërend van operators en monteurs tot en met (milieu)inspecteurs van de overheid. En tenslotte van engineers, die een onderhoudsstop aangrijpen om verbeteringen door te voeren. Iedere shut-down is weer anders, er bestaat geen standaardoplossing voor’. Aan het woord is Paul Casteleijn, managing consultant bij PDM. Net als Terpstra is hij één van de sprekers op de druk bezochte IIR-conferentie shutdown management, gehouden in Rotterdam op 28 en 29 oktober jl. 

Toestandsafhankelijk
Volgens Casteleijn wordt het lange termijn management van onderhoud steeds belangrijker. In navolging van de veranderende inzichten betreffende het onderhoud op apparaatniveau, zou je ook op plantniveau kunnen spreken over life cycle management en toestandsafhankelijk onderhoud.

Dat laatste kan op twee manieren worden uitgelegd. ‘Er komen procesbesturingssystemen waarmee je steeds beter kunt voorspellen wanneer er onderhoud nodig is’, denkt Casteleijn. ‘Je DCS-systeem regelt dan niet alleen je fabrieksproces, het waarschuwt je ook als er leidingen dichtslaan of als een warmtewisselaar vervuilt. Op dit moment is de betrouwbaarheid van de simulaties nog de bottleneck.  Het is natuurlijk een ramp als je op grond daarvan een onderhoudsstop uitvoert, en er blijkt achteraf niets aan de hand te zijn’.

Een tweede probleem bij het uitvoeren van toestandsafhankelijke stops, is dat met name chemische bedrijven in logistieke zin sterk met elkaar zijn vervlochten. Je kunt dus niet het ene proces of bedrijf stilleggen terwijl het andere doordraait. ‘Er zullen dus meer ontkoppelpunten moeten komen’.

De deelnemers aan het congres blijven echter hun twijfels houden over de haalbaarheid van toestandsafhankelijke, dus ongeplande stops. Waar haal je bijvoorbeeld voldoende snel de monteurs vandaan, in een tijd waarin het technisch personeelsaanbod zowel kwantitatief als kwalitatief afneemt?

Marktgedreven
Shutdowns zullen wél toestandsafhankelijk worden in de zin van marktgedreven, daarover is iedereen het eens. Hiermee wordt bedoeld dat een onderhoudsstop pas wordt uitgevoerd als de fabriek toch al om een andere reden moet worden stilgelegd. Bijvoorbeeld omdat ‘de markt’ vraagt om een efficiënter of schoner productieproces.

Shutdowns worden meestal niet door de bedrijven zelf uitgevoerd, maar uitbesteed. Het gaat immers om een ‘niet-strategische activiteit die een bedrijf zelf onmogelijk concurrerend kan uitvoeren’, zoals Terpstra dit fraai formuleert.

Houdt een onderhoudsstop ook nieuwbouw in, dan rijst de vraag aan welke soort partij je de opdracht het beste kunt gunnen.  Vernieuwingen aan een fabriek worden meestal uitgevoerd door een Engineering, Procurement and Construction (EPC) firma, zoals Kvaerner. Nieuwbouw is echter een heel andere tak van sport dan onderhoud, dat nu meestal wordt gedaan door een partij die wordt aangeduid met de vage term ‘contractor’. ‘Nieuwbouwprojecten hebben een heel andere dynamiek dan shutdowns. Bij een onderhoudsstop kun je niet zeggen, geef ons toch een maandje meer tijd. Als EPC-bedrijf zullen we ons dus een andere denkwijze eigen moeten maken, als we bij shutdowns betrokken raken.’ Om alvast in die nieuwe rol te groeien, vervangt Terpstra tijdens zijn betoog terloops de kreet EPC door EPCM: Engineering, Procurement, Construction & Maintenance. Toch denkt hij dat er ook een belangrijke rol blijft voor de contractors, ‘er komen gewoon meer partijen, die moeten goed samenwerken’.

Zero based scoping
Vroeger werd geprobeerd om zoveel mogelijk onderhoudsactiviteiten in een onderhoudstop onder te brengen. Nu is die denkwijze echter radicaal omgedraaid. Zero based scoping, dus helemaal geen onderhoudsstop, is het uitgangspunt. Fabrieken richten hun installaties zodanig in, dat je ook onderhoud kunt plegen terwijl de fabriek doordraait. Casteleijn: ‘Dit kan onder meer door redundantie toe te passen. Je schakelt dan bijvoorbeeld een tweede warmtewisselaar in, waarna je het vervuilde exemplaar in alle rust kunt reinigen’.

‘Toch blijft het altijd nodig om onderhoudsstops uit te voeren. Door die echter aanvankelijk in te schalen op een omvang van nul, kijk je kritischer naar de onderhoudsactiviteiten’, vindt Rutger Borgmeijer. Hij is sectiehoofd turnaround bij Kuwait Petroleum Europoort. ‘Alleen als een bepaalde activiteit niet op een andere manier kan worden uitgevoerd, wordt hij bij ons toegevoegd aan de scope van een shut-down’. Onzekere activiteiten, mogelijke reparaties dus, worden niet opgenomen in de zero scope planning.  Dankzij de zero scope aanpak viel de grote onderhoudsstop bij Kuwait Petroleum in 2001 30% goedkoper uit dan in 1997.

Bij Shell Pernis wordt op een soortgelijke manier, zij het iets minder zwart-wit, tegen moderne shut-downs aangekeken. Henk Brobbel, shutdown teamleader: ‘Ook wij streven naar een minimale scope. Daartoe vragen we andere Shell-raffinaderijen om onze plannen te bekritiseren’.

Borgmeijer benadrukt het belang van een goede werkvoorbereiding: ‘Dit vergroot de veiligheid tijdens de onderhoudswerkzaamheden, en geeft inzicht in de te verwachten kosten en problemen. Bovendien krijgt het team, dat binnen een jaar groeit van enkele tientallen werkvoorbereiders tot duizenden technici op de werkvloer, zo de kans om goed op elkaar ingespeeld te raken’. Door externe werkvoorbereiders hun werk te laten doen met behulp van het bedrijfsinterne managementinformatiesysteem, houdt Kuwait zicht op de voortgang van het werkvoorbereidingsproces.

Vier pijlers
Een succesvolle shutdown berust op vier pijlers: veiligheid, efficiëntie, kwaliteit en kostenbeheersing. In het verleden wezen alle neuzen niet altijd dezelfde kant op, als het erom ging die doelen te verwezenlijken, vertelt Peter Dijkgraaf van Mourik Services verrassend eerlijk. ‘Voor aannemers was het gebruikelijk om laag in te schrijven, om daarna te proberen de winst via het meerwerk veilig te stellen’. Het financiële ‘gevecht’ dat zo ontstaat, kan worden vermeden door het afsluiten van prestatiecontracten. ‘Het grote voordeel daarvan is, dat je een gemeenschappelijke drive krijgt. Daarbij zou ik wel een kanttekening willen plaatsen: De trein kan ook buiten je invloedssfeer ontsporen. Daarom beperk ik het liefste de prestatiecontracten tot overzichtelijke en meetbare deelgebieden, om kwade gezichten te voorkomen’.

Terug naar intro
© C.J. van Ede 1997-2014 Nederland (Holland)
Disclaimer
  Laatste update:
  09-09-2014
E-mail