Tips voor beginnende schaatsers
Op glad ijs
                             

Gepubliceerd in Vitazz, najaar 2004

Reageren op dit artikel? stuur een E-mail,
of bezoek eerst de website van JVE Communicatie

Kies het juiste type schaats

Toen ik, de schrijver van dit artikel, een jaar of negen was, overwoog ik serieus om mijn schaatsen definitief aan de wilgen te hangen. Op mijn houtjes slaagde ik er maar niet in, om mijn enkels recht te houden. Zelfs zwachtels, die mijn voeten pijnlijk afbonden, hielpen niet. Mijn vader kwam toen op het lumineuze idee, om een paar lage noren voor me te huren op de Deventer kunstijsbaan. En ongelooflijk, op deze verlaagde variant van de hoge noor schaatste ik meteen als een trein weg! Die noren werden natuurlijk meteen gekocht, en daarmee werd de basis gelegd voor drie elfstedenkruisjes.

De keuze van het juiste schaatstype is dus cruciaal, en ten tweede: Ook mensen met zwakke enkels kunnen prima schaatsen leren! (dit geldt overigens niet voor hardlopend klunen zoals de wedstrijdrijders doen). Schaatsen is in feite balanceren zoals je dat ook op een fiets doet, dus zodra je eenmaal door hebt hoe je recht kunt blijven staan, dan worden je enkels nauwelijks nog belast. Het probleem is echter dat, om zo ver te komen, je wel de ervaring moet hebben van dat 'balanceren'. En die ervaring krijg je nooit, als je voeten (te) ver naar binnen toe zwikken. Bij het aanleren van de schaatsslag moeten de voeten dus in eerste instantie geholpen worden om rechtop te staan. Dat kan door extra stevige schoenen te gebruiken (combi-noor) en/of door een verlaagd type schaats te nemen (lage noor, easy glider).

Bij de aanschaf van schaatsen is het uitermate belangrijk dat de verkoper verstand van dat soort zaken heeft. Is daar onduidelijkheid over, dan is het slim om iemand mee te nemen die zélf goed kan schaatsen.

Alexander Bols (die samen met zijn vader en ex-langebaanschaatser Jan Bols een sportzaak heeft in Hoogeveen), geeft adviezen: ‘Om met kinderen te beginnen: Vanaf een jaar of vier beginnen die op dubbele ijzers, eventueel achter een stoel. Ik noem dit de krabbelfase, want met schaatsen heeft het eigenlijk niet zo veel te maken. Zodra je kind gemakkelijk loopt op die ijzers, is het aan de volgende stap toe.’

En wat dan, meteen die lage noren, wat bij mij zo goed werkte? ‘Nee, zou ik niet doen. Ik zou een easy-glider nemen, en die combineren met stevige, halfhoge schoenen. De glider is een verbeterde uitvoering van de houten schaats, in kunststof. De easy-glider heeft als voordeel ten opzichte van de lage noor, dat hij nóg lager is en dat het ijzer meer wordt beschermd door de kunststof eromheen. Dat is veiliger, er is dan minder kans dat het kind bij vallen zichzelf of een ander bezeert. Bovendien is bij de easy glider een probleem ondervangen wat de houtjes hadden: De riemen daarvan gingen vaak los zitten en dan kwam de schoen naast de schaats te staan. Bij de easy glider wordt de schoen op de houder gefixeerd door een ratel-kliksysteem.’ Een extra pluspunt van de easy glider is, dat hij (tijdelijk) kan worden voorzien van steunijzers links en rechts. ‘Inderdaad, zoiets is vergelijkbaar met een fiets met steunwieltjes.’

Voor volwassenen en oudere kinderen is het traject van beginnend schaatser tot (ver)gevorderde gelijk. ‘Je kunt je opwerken van lage tot hoge modellen, en eventueel beginnen met harde hoge schoenen om de enkels extra steun te geven. Je einddoel zou dan kunnen zijn een goed-passende hoge noor met een leren schoen.  Voor kinderen is een goed type schaats dan bijvoorbeeld de Viking (hoog) junior en voor volwassenen de Viking (hoog) II of Mid.’

‘Overigens, als een bepaald model je goed bevalt, en je schaatst slechts incidenteel, dan zou ik daar bij blijven. De combi-noor wordt bijvoorbeeld veel gebruikt door mensen die alleen schaatsen als er natuurijs is. Het voordeel van die schaats is dat hij een harde hoge plastic schoen heeft, je staat dus meteen rechtop. Dat is comfortabel, maar daar staan wel nadelen tegenover: Je kunt bijvoorbeeld niet diep door de knieën en het maken van bochten, pootje-over, is moeilijk. Bij de nieuwste modellen zijn die nadelen ten dele ondervangen. De schoen is dan nog steeds hoog, maar wel soepeler.’

‘Schaatsen hoeft geen dure sport te zijn. Wel heb je bij kinderen het probleem dat ze bijna elk jaar nieuwe schaatsen nodig hebben. Je kunt namelijk alleen goed uit de voeten op schaatsen die gelijk zijn aan je schoenmaat of één maat kleiner. Wij hebben daarom, net zoals veel andere schaatsspeciaalzaken, een omruilprogramma: Kinderen kunnen hun schaatsen elk jaar inruilen tegen nieuwe. Voor de Viking junior kost dit programma ongeveer 45 euro per jaar. Dat budget volstaat voor goed schaatsmateriaal. Bij duurdere typen schaatsen worden alleen betere materialen gebruikt. De ijzers zijn bijvoorbeeld harder, je hoeft dan minder te slijpen.’

Alexander Bols ziet ook de gevolgen van de klapschaatsdiscussie (wel of niet, wanneer overstappen) terug in zijn winkel: ‘Klapschaatsen kosten minimaal zo’n 390 euro, ook dat speelt bij de afweging een rol. Daarnaast speelt, zeker bij kinderen, mee dat anderen in hun trainingsgroepje vaak al wél op klapschaatsen rijden. Soms zitten hier kinderen met tranen in de ogen in de winkel.’

 

Goed passende schoenen, scherpe ijzers, juiste ‘ronding’

‘Goed schaatsen is alleen mogelijk als de schoenen perfect passen, als de ijzers goed scherp zijn en als die de juiste ronding hebben’, benadrukt Gerard Kemkers. ‘Je ziet soms mensen een paar schaatsen huren zonder enige ronding, en dan gaan ze daarmee ook nog eens via het beton de baan op. Zo kan niemand schaatsen.’

De onderkant van goed geslepen schaatsen ziet er niet uit zoals bij een mes (want dan zou je continu diep in het ijs snijden) maar is een plat vlak met rechte hoeken.  Hierdoor kun je glijden als je rechtop staat, en afzetten als de schaats schuin op het ijs staat.

Om zoveel mogelijk te kunnen glijden (dus gemiddeld zo recht mogelijk te staan!) maakt de schaats een S-beweging per slag. Bij het begin van die slag wordt de schaats recht neergezet (technisch goede schaatsers kantelen de schaats zelfs een beetje naar buiten - de beruchte ‘valbeweging’) Aan het eind van de ‘S’ kantelt de schaats naar binnen, waarna de afzet volgt.

Om de S te kunnen maken heeft het glijvlak een flauwe kromming. De schaats is daardoor in het midden iets “hoger” dan aan de voor- en achterzijde. Deze ‘ronding’ is een deel uit een denkbeeldige cirkel met een straal van 18 tot 27 meter. Omdat een schaats zo’n kromming heeft, balanceer je tijdens het schaatsen feitelijk op een vlakje metaal van zo’n 1,5 mm breedte en 3 centimeter lengte! Dit maakt het mogelijk om de schaats te sturen, zodat je die S-beweging kunt maken. Het verklaart ook, waarom het zo belangrijk is dat schaatsschoenen perfect passen, omdat dan het contact tussen de voet en het ijzer zo goed mogelijk is.

 

Als er één sport is, waarbij een juiste materiaalkeuze beslissend is voor het plezier, dan is het wel schaatsen. Ab Krook, Gerard Kemkers en Alexander Bols geven tips.  

dr. ir. Jaap van Ede

‘Nu je overal kunstijsbanen hebt, kan iedereen schaatsen op elk moment’, aldus Ab Krook, topsport coördinator bij de KNSB. ‘Toen ik leerde schaatsen, was je echter nog volledig afhankelijk van natuurijs. Als schooljongen keek ik, zodra het vroor, vanuit het lokaal verlangend naar buiten of daar al een baan werd uitgezet. De meester was daar natuurlijk niet blij mee.’

En áls je eenmaal kon schaatsen, dan stopte Ab niet tot het donker werd en zijn vader hem riep. ‘Eerst riep hij Ab. Werd het Albert, dan wist je dat het écht tijd werd om naar huis te gaan’, grinnikt hij. Ab Krook (60) had het geluk dat er in zijn jeugd veel strenge winters waren: 1954, 1956 en 1963. ‘Natuurijs, dat blijft toch het mooiste. Lekker over de Loosdrechtse plassen, over gitzwart ijs, dat zo helder is dat je de vissen onder je voeten kunt zien zwemmen.’ Het typische natuurijsgevoel. Er is echter nog een factor, die schaatsen zo mooi maakt. ‘Na een tijdje kom je in een soort hypnose, en je vergeet alles om je heen’, aldus Gerard Kemkers, ex-langebaan rijder en coach van de TVM-schaatsploeg.

Schaatstraining was er in de jeugd van Ab Krook niet, althans niet voor recreanten. ‘Je keek toen gewoon naar andere schaatsers. Zo kopieerde ik de houding van een snelle rijder, die zijn armen heel hoog op zijn rug legde als een soort vleugeltjes. Kennelijk ging je dan heel hard. Fout natuurlijk. Toen ik bij de gewestelijke selectie kwam moest Egbert van het Oever heel wat werk verzetten om me dit af te leren.’

schaatsles

Zowel Krook als Kemkers adviseren beginnende schaatsers om eerst eens een les of tien te nemen bij een schaatsschool, die verbonden is aan een kunstijsbaan. Waarom niet meteen naar een ijsvereniging? Van mijn eigen ijsclub, IJsvereniging Groningen, weet ik dat de trainers daar prima les geven op alle niveaus. Krook: ‘Kan ook, maar met name de kleinere clubs lijken me niet direct geschikt voor bijvoorbeeld huisvrouwen die ’s ochtends willen gaan schaatsen. Het gaat er vooral om, dat je een trainingsgroepje vindt dat bij jou aansluit qua niveau en ambitie.’

‘Als je gaat schaatsen, dan begin je aan een mooie sport. Bovendien is het gezond, het veroorzaakt weinig spierpijn en blessures, het brengt sociale contacten met zich mee, en je kunt het tot op hoge leeftijd beoefenen. Wel moet je, als je meer gaat bewegen dan vroeger, een sportkeuring ondergaan vind ik, maar dat geldt voor alle sporten. Daarnaast moet je je realiseren dat de schaatshouding behoorlijk wat vraagt van het spierstelsel, je moet je daar dus enigszins op voorbereiden. Kemkers beaamt dit. ‘Bouw het vooral rustig op. Je moet niet denken dat je meteen kun schaatsen zoals Rintje Ritsma. Het is veel belangrijker dat je plezier in het schaatsen houdt.’

Wat gaat het meeste fout in de techniek? Krook: ‘Je tenen, je knieën en je sleutelbeen moeten zich op één lijn bevinden. Bij veel schaatsers zie je dat niet.’

‘Overigens, trainers zie je vaak hele verhalen afsteken tegen schaatsers, maar dat werkt niet’, vervolgt hij. ‘Ik gebruikte in plaats daarvan kernwoorden. Zo coachte ik eens een schaatser die te snel zijn been na de afzet bijhaalde. Je had toen een liedje van André van Duin: Pizza, even wachten.  Dus riep ik “pizza” tegen deze schaatser zodra hij te gehaast reed. Dat werkte goed, ook tijdens de wedstrijd.’ 

klapschaats

Rijden op de (vele malen duurdere!) klapschaats vergroot het schaatsplezier niet, wel de snelheid. Over het moment waarop je kunt overstappen op “klappers” is er veel discussie. Sowieso moet je de basistechniek goed beheersen, maar is het nodig om eerst perfect op “vaste” hoge noren te leren rijden?  Krook: ‘Vroeger dacht ik van wel, maar nu niet meer. Topschaatster Cindy Classen heeft bijvoorbeeld vrijwel van het begin af aan op klapschaatsen gereden.’ Kemkers: ‘Recreanten kunnen vrij snel overschakelen op de klapschaats. Zij hebben vaak moeite om goed zijwaarts af te zetten, en bij de klapschaats is dat niet per sé noodzakelijk. Schaatsers met wedstrijdambities zie ik echter liever eerst op gewone hoge noren rijden. Om het maximale rendement te behalen moet je namelijk driekwart van je slag op traditionele wijze uitvoeren.’ 

Rechtsboven: krabbelijzer. Linksboven: easy glider. Midden: combinoor. Onder: lage en hoge noor. (foto Alexander Bols).

Altijd een kunstijsbaan in de buurt

De eerste 400 meter kunstijsbaan werd aangelegd in 1958, in het Zweedse Ullevi. Daarna kwam er een baan in Squaw Valley (Californië) ten behoeve van de olympische winterspelen in 1960. Die banen bestaan niet meer, maar ijsbaan nummer drie nog wel: Dit is de Jaap Eden Baan in Amsterdam (1961).

Een lijstje van Nederlandse steden met 400 meter banen: Alkmaar (1972), Amsterdam (1961), Assen (1971), Breda (2001), Den Haag (1974), Deventer (1962), Dronten (1998), Eindhoven (1969), Geleen (1989), Groningen (1969), Haarlem (1977), Heerenveen (1966), Utrecht (1970).

Tegenwoordig zijn bijna alle kunstijsbanen (half)overdekt. Buitenschaatsen kan alleen nog in Amsterdam, Haarlem en Geleen!

 

Kleding en veiligheid

  • Om goed te kunnen schaatsen is soepele kleding noodzakelijk, een eenvoudig trainingspak dat niet teveel ‘fladdert’ in de rijwind is prima. Tegen de koude is het beter om een paar dunne lagen kleding over elkaar aan te trekken dan dikke truien. Met name de onderste laag kan het beste bestaan uit een ademend materiaal, want dan blijft de huid droog.

  • Langzame rijders rijden op kunstijsbanen in de buitenbaan. Kijk verder vooral goed uit voor achteropkomend verkeer als je van buiten naar binnen gaat of vice versa.

  • Draag altijd handschoenen (tegen snijwonden door schaatsijzers van anderen).

  • Rond de achterkanten van de ijzers af

  • Eventueel kunnen knie en/of scheenbeschermers worden gedragen (als bescherming tegen ijzers van voorliggers).

  • Een muts of haarband is in elk geval aan te raden.

 

Terug naar intro
© C.J. van Ede 1997-2014
Nederland (Holland)
Disclaimer
Laatste update:
09-09-2014
E-mail